Lesstof Niveau B

Na het behalen van Niveau A ben je klaar voor een volgende stap. Nu je weet hoe je veilig met paarden omgaat en hoe je poetst en verzorgt, is het tijd om echt in het zadel te stappen. In dit hoofdstuk leer je de juiste houding, hoe je hulpen geeft, hoe je op- en afstijgt en hoe je je eerste figuren rijdt in de rijbaan. Ook leer je hoe je moet opzadelen.

Licht gevorderden

Voortgang:

Basishouding en hulpen

Een correcte houding vormt de basis voor goede hulpen en een tevreden paard.

Zit en balans
Zorg dat je schouder, heup en hak op één lijn zijn. Verdeel je gewicht gelijk over je zitbeenknobbels. Houd je rug recht en je schouders ontspannen. Je benen liggen ontspannen tegen het zadel, met lichte druk van je kuiten. Je knieën zijn licht gebogen en je voeten steunen met de bal in de stijgbeugel, met je hakken iets naar beneden. Houd je handen rechtop met de duimen bovenop; je ellebogen zijn licht gebogen en hangen naast je lichaam.


Foto van een correcte houding met lijn(fnrs handboek) en foto van incorrecte houding.

Basishulpen

  • Beenhulpen: gebruik je kuit om het paard voorwaarts te vragen of zijwaarts te laten wijken. Geef lichte druk en laat daarna weer los, zodat het paard gevoelig blijft.
  • Teugelhulpen: houd de teugels op maat. Met een korte ophouding (hand sluiten en weer openen) vraag je het paard om te vertragen. Trek nooit plots hard aan de teugels; dit kan pijn veroorzaken.
  • Gewichtshulpen: door je gewicht iets te verplaatsen geef je het paard aanwijzingen voor richting en balans. Blijf recht zitten en beweeg subtiel mee vanuit je bekken.
  • Stemhulpen: met je stem kun je het paard helpen. Een klakje moedigt aan, “ho” betekent stoppen. Gebruik steeds dezelfde woorden, zodat het paard ze leert begrijpen.


VIDEO: Filmpje van de verschillende hulpen. Proberen niemand in beeld te hebben. Voice-over inspreken.

Leren voelen
Beginners leren aanvoelen wanneer het paard op de juiste manier reageert. Als het paard voorwaarts gaat na een lichte beenhulp, ontspan je been en beloon je met je stem. Wanneer je paard vertraagt na een ophouding, ontspan je de teugel. Regelmatige oefeningen zoals overgangen van en naar stap, draf en galop helpen om je timing te ontwikkelen.


VIDEO: Filmpje van wat overgangen zijn en hoe die te oefenen

Eerste rijvaardigheden

Nu je goed zit en weet hoe je hulpen geeft, beginnen we met de basis van het rijden.

Opstijgen en afstijgen
Zet het paard aan de hand klaar met de teugels over de hals. Zet je linkervoet in de stijgbeugel, neem de teugel in je linkerhand en pak met je rechterhand de achterkant van het zadel. Duw jezelf rustig omhoog en ga zacht in het zadel zitten. Zet daarna je rechtervoet in de stijgbeugel. Tijdens het afstijgen haal je je rechtervoet uit de stijgbeugel, zwaai je rechterbeen zonder de rug te raken naar de linkerkant. Plaats je rechterhand naar de achterkant van het zadel. Blijf even in de linkerbeugel staan, steun op je handen, doe de linkerbeugel uit en laat jezelf rustig naar beneden glijden. Doe je arm door de teugel en steek je stijgbeugels op.


VIDEO of fotoserie: stap-voor-stap opstijgen en afstijgen.

Stap en sturen
De eerste lessen start je in stap. Oefen rechtuit rijden langs de hoefslag. Om te sturen kijk je waar je heen wil. Gebruik je binnenkuit licht en houd met je buitenteugel een beetje contact om te sturen. Maak grote voltes (cirkels) 20 meter. Oefen het overgaan van stap naar halt en weer vooruit.


Foto’s van iemand die stapt en stuurt (eventueel).

Draf en lichtrijden
Leer lichtrijden (opstaan en zitten in het ritme) zodat je de rug van het paard ontlast. Zorg dat je ‘op het juiste been zit’; sta op wanneer het buitenvoorbeen naar voren komt, zit als het binnenvoorbeen naar voren komt. Dit is dus afhankelijk van welke kant je op rijdt. Oefen voltes van 10 en 20 meter in draf. Doorzitten in draf komt later; bouw eerst balans op met lichtrijden.

Eenvoudige overgangen
Oefen overgangen: stap naar halt, halt naar stap en stap naar draf. Gebruik kleine ophoudingen op beide teugels voor halt en drijf na met je been voor stap of draf.

 

Rijbaan & basisfiguren

De rijbaan is jouw oefenterrein. Letterkennis en figuren rijden helpen bij coördinatie en gehoorzaamheid.

Rijbaanletters
De letters langs de buitenrand zijn (met de klok mee vanaf de ingang): A, K, E, H, C, M, B en F. In het midden liggen de letters D, X en G op de middellijn. D ligt op dezelfde hoogte als K en F; G op dezelfde hoogte als H en M. Een ezelsbruggetje is “Alle Friese Boeren Met Centen Hebben Een Koe (Door X Gemolken)”. In een rijbaan van 20×40 m liggen de letters op specifieke afstanden; bij het rijden houd je deze punten aan om precies te sturen. Van hand veranderen doe je via een diagonaal, bijvoorbeeld van H via X naar F.


Illustratie van een rijbaan met alle letters op de juiste positie.

Hoefslag en binnenhoefslag
De hoefslag is de buitenrand van de rijbaan. Houd je paard recht langs de hoefslag; laat hem niet naar binnen vallen. De binnenhoefslag ligt ongeveer één meter binnen de hoefslag en wordt gebruikt om ruimte te maken voor andere ruiters. Wanneer je aan het (uit)stappen bent maak je altijd gebruik van de binnenhoefslag zodat je de anderen, in snellere gang, niet hindert.

Basisfiguren

  • Grote volte: cirkel van 20 meter. Begin bij A of C, rijd de hoek in, verlaat de hoefslag en houd de cirkel rond; kom op X uit en ga terug naar A/C.
  • Gebroken lijn: rij van de hoek naar X en terug naar de volgende hoek, zodat je een gebroken lijn rijdt.
  • Slangenvolte: bestaat uit meerdere bogen die elkaar raken; wissel van buiging bij iedere boog.


Illustratie/tekening met de verschillende rijbaanfiguren (grote volte, gebroken lijn, slangenvolte).

Groeten en etiquette
Bij een proef groet je de jury: houd halt op de AC-lijn, verzamel je teugels in één hand, breng je rechterhand langs je bovenbeen naar achteren en knik. Na de groet verlaat je in stap de rijbaan. Gebruik je stem om “deur vrij!” te roepen wanneer je de bak inkomt of verlaat.


Foto van iemand die groet.

Zadelen

Opzadelen is een vaardigheid die met zorg moet worden uitgevoerd.

Voorbereiding
Voordat je opzadelt, poets je de rug en singelplek goed. Leg een schone pad of sjabrak (mooi woord voor zadeldekje) klaar. Controleer of zadel en hoofdstel vrij zijn van scheurtjes. Zet het paard op een vlakke ondergrond.

Zadel opleggen
Plaats het zadel iets voor de schoft en schuif het naar achteren tot het op de ribbenkast ligt. Let erop dat het niet tegen de schoft drukt en dat de schouder vrij kan bewegen. Trek vervolgens het sjabrak aan de voorkant omhoog in de kamer van het zadel, zodat er een “tunnel” ontstaat tussen pad en schoft; dit voorkomt druk. Bevestig de singel aan de rechterzijde, loop langs de voorhand naar links en maak de singel losjes vast. Trek het vel onder de singel iets omhoog om huidplooien te voorkomen. Controleer de singelspanning vóór en na het opstijgen; een vinger breedte is voldoende. Vaak moet je na even gereden te hebben nogmaals de singelspanning controleren en waar nodig aansingelen.


Fotoserie of filmpje van het stap-voor-stap opzadelen.

Hoofdstel omdoen
Hang de teugels over de hals zodat het paard niet wegloopt. Doe het halster af. Houd het hoofdstel in je rechterhand, leg het bit in de mondhoek en trek het zacht omhoog terwijl je je linkerhand over de oren schuift. Sluit de keelriem (een vuist tussen keel en riem), de neusriem (twee vingers tussen neusbot en riem) en de sperriem (ongeveer een vinger ruimte tussen sperriem en snuit).


VIDEO: Filmpje van het stap-voor-stap omdoen van een hoofdstel.

Nazorg
Na het rijden maak je de singel los, steek je stijgbeugels netjes omhoog en haal je het hoofdstel af. Borstel zweet- en vuilresten van het zadel en hang het tuig netjes op. Controleer het bit op scherpe randen; spoel het zo nodig af.

Afronden Niveau B

Heb je alle onderdelen van Niveau B doorgenomen? Dan kun je bij je instructeur een examen aanvragen. Dit examen is volledig online en bestaat uit 15 tot 20 meerkeuzevragen. Het examen wordt ingepland door je instructeur. Wanneer je slaagt, ontvang je een stempel in je Ruiterbond Nederland app als bewijs van jouw voortgang.